KRUIDEN OF FYTOTHERAPIE.
Vaak wordt de kruidengeneeskunde en de homeopathie met elkaar verwart.
De kruidengeneeskunde werkt enkel met producten uit de plantenwereld.
Ze worden verwerkt als thee’s, in compressen en tincturen, die bereid worden met alcohol of brandewijn.
Kruiden zijn vooral geschikt om afvalstoffen te elimineren en de weerstand op te bouwen.
Er bestaan kruiden voor allerlei problemen in het gehele lichaam.
Er zijn nochtans kruiden die wel schadelijk zijn. Ze zijn giftig. Deze planten worden wel in verdunningen gebruikt in de homeopathie, maar mogen absoluut niet gegeten worden in verse toestand.
Er zijn ook kruiden die anders of beter werken bij paarden dan bij honden of andersom.
Kruiden bevatten niet enkel smaak- en geurstoffen. Ze bezitten een schat aan vitaminen, mineralen en andere stoffen. Zoals calcium. Dit voorkomt rachitis, dient voor een goede botvorming. Er zit veel calcium in zilverschoon en de grote brandnetel.
Kiezelzuur is een andere stof. Het verbetert de algemene weerstand, de huid, nagels en slijmvliezen.
Heermoes of equisetum is een kruid met extreem veel kiezelzuur.
Kruiden bevatten veel vitaminen. Zoals vit. C (ascorbinezuur): het is weerstandsopbouwend en het versnelt het genezingsproces. Er zit veel vit. C in rozenbottel en kiwi.
Vit. B6 (pyridoxine) helpt voor een goede functie van het zenuwstelsel en helpt bij huidproblemen. Men vindt het veel in venkel.
Andere stoffen die men in kruiden kan vinden zijn:
” Bitterstoffen. Deze stoffen herkent men aan de bittere smaak. Goed bij spijsverteringsproblemen. Ze beïnvloeden de spijsverteringssappen. Sommige bitterstoffen zijn sedatief, andere bacterie dodend. Men vindt ze in paardebloem en gentiaan.
” Saponinen: ze vormen schuim bij aanraking met water. Sommigen zijn diuretica, slijmoplossend en ontstekingswerend. Sommigen zijn giftig. Men vindt ze in zeepkruid en tijm.
Men kan kruiden op verschillende manieren verwerken, zoals aftreksels, decoct, verstuivers, tincturen, kompressen, etherische oliën en zalven.
Kruiden hebben eveneens verschillende werkingen, zoals antiseptisch, bloedzuiverend, pijnstillend en ontstekingswerend. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Er zijn nog veel meer werkingen.
Ieder kruid kan voor verschillende kwalen toegepast worden. Enkele kruiden werken specifiek op honden en andere dieren. Zoals:
AGRIMONIE – AGRIMONIE EUPATORIA PERFOLIATA – LEVERKRUID.
Is een kruid dat al heel lang bekend is. Het groeit in bijna geheel Europa. Het is een plantje met gele bloempjes die in juni tot september bloeien.
Stoffen: het bevat vooral looistoffen en vluchtige oliën, kiezelzuur, tritreppene en bitterstof.
Toepassingen: het wordt toegepast als wondkruid, bij slijmvliesaandoeningen (ontstekingsremmend), bij griep en verkoudheid, zwellingverminderend. Maar zijn belangrijkste toepassing voor de hond is als reiniger van gal en lever. Ook nerveuze prikkelbaarheid (door vervuilde lever).
Er zijn kruiden waar een waarschuwing op zijn plaats is, vooraleer men het gebruikt. Zoals bij berenklauw: het kan allergische reacties geven na aanraking en dan in combinatie met zonlicht. Een ander kruid is jeneverbes. Men mag het niet gebruiken bij drachtige dieren en het kan irriterend werken op de urinewegen.
Er bestaat een lijst met licht giftige kruiden, o.a. dotterbloem, adderwortel en veldzuring.
Er is eveneens een lijst met giftige en zwaar giftige kruiden. Zoals taxus, vingerhoedskruid, botterbloem en bosrank.